piko-plant-socill-business
Menu

Verzorging van uw Bohemian Orchid

Om zo lang mogelijk van uw Bohemian Orchid te genieten, vindt u hier een aantal verzorgingstips.

bohemian-orchids-verzorging-lichte-plaats
Lichte plaats - geen direct zonlicht 
bohemian-orchids-verzorging-voeding
1 keer per maand plantenvoeding
bohemian-orchids-verzorging-knippen
Voor herbloei tak afknippen
bohemian-orchids-verzorging-onderdompelen
1 keer per 5-7 dagen onderdompelen
bohemian-orchids-verzorging-temperatuur
Optimale temperatuur: 16-24˚C

 

 

Lichte plaats 

De Phalaenopsis groeit het beste bij een normale kamertemperatuur van tussen de 18 en 22 graden Celsius. Zet de plant op een lichte plaats in uw woonkamer. In de wintermaanden mag de plant direct zonlicht hebben. Vanaf begin april tot en met begin oktober is de zon te fel en mag de plant niet in direct zonlicht staan.

Voeding

De langzaam groeiende Phalaenopsis heeft bij huiskameromstandigheden weinig of geen plantenvoeding nodig. Eventueel kunt u één keer per maand wat algemene plantenvoeding geven.

Overpotten

Het overpotten van Phalaenopsis (en orchideeën in het algemeen) wordt afgeraden, tenzij dit echt noodzakelijk is omdat de pot te klein is geworden. Onderin de nieuwe pot moeten gaatjes zitten om het overtollige water af te voeren. Dit voorkomt wortelrot. De orchidee houdt van een luchtig mengsel, dus druk de grond niet te stevig aan. Er is in de meeste tuincentra speciale orchideeëngrond te koop.

Water geven

Orchideeën krijgen al snel te veel water. De wortels mogen NOOIT in het water staan. Als de orchidee in een sierpot zonder gaatjes staat, let er dan op dat er geen water in blijft staan. Bij te veel water sterven de wortels af.

Geef op de volgende manier water: neem de orchidee met de kwekerspot uit de sierpot – laat de plant dus in de kwekerspot staan. Dompel deze in een bak met water op kamertemperatuur. Laat de plant vijf tot tien minuten in het water staan. Zorg ervoor dat er in het dompelbakje niet te veel water staat: de kwekerspot mag er tot maximaal driekwart in staan. Afhankelijk van de situatie bij u thuis (temperatuur en luchtvochtigheid) en het weer buiten (veel of juist weinig zon) dompelt u de plant iets vaker of juist iets minder vaak dan één keer per week. Een goede aanwijzing is het gewicht van de plant: hoe minder zwaar, des te droger. Dit leert u naar verloop van tijd steeds beter beoordelen.

Herbloei

Knip na de bloei de stengel boven het tweede oog van onderen af. Het oog is een verdikking in de bloemsteel en is duidelijk herkenbaar. Na verloop van tijd kan zich vanuit het oog een nieuwe tak ontwikkelen. Ook kan er zich onder ieder blad een nieuwe tak ontwikkelen die ook weer gaat bloeien. Snijd na de bloei ook deze tak af boven het tweede oog. Zo kan de plant meerdere keren bloeien. Als het herbloeien niet wil lukken, dan kunt u uw Phalaenopsis, enkele maanden in een wat koudere (lichte)ruimte zetten (15 tot 16 graden Celsius), wat de knopvorming bevordert. Dit werkt als volgt: de Phalaenopsis is geen lagere temperatuur dan 17 tot 18 graden gewend, omdat zij in de tropen voorkomt. Ze reageert alsof ze doodgaat en legt een tak aan om voor een volgende generatie te zorgen. De plant moet hiervoor natuurlijk wel in het licht staan. Gedurende deze koudebehandeling moet u ook wat minder water geven. Komt de tak tevoorschijn, dan verplaatst u de plant naar de oude plaats.

Orchideeënwortels verkiezen een correct substraat

Zet orchideeën nooit in de potgrond. Dit houdt teveel vocht vast waardoor er wortelrot kan ontstaan. Orchideeënsubstraat is daarentegen wel heel geschikt. Het orchideeënsubstraat wordt ook wel BARK genoemd en is gemaakt van de schors van een speciaal daarvoor geschikte dennensoort. In dit substraat zijn veel epifytische orchideeën (als de plant geen "natte voeten" krijgt) prima te kweken. Vaak wordt er stukjes veenmos (sphagnum) aan toegevoegd om het vochtabsorberende vermogen van het substraat te vergroten. Wanneer een epifytische orchidee in dit substraat wordt gepot en er op de juiste manier water wordt gegeven (water geven – opdrogen – water geven – opdrogen – ...) kan de plant in principe nooit te nat worden en is het risico op wortelrot zeer beperkt.